Outdoor Life Coaching in Den Treek

Ziel en bewustzijn

De ziel

Tijdens de eerste dag van een opleiding vraag ik alle nieuwe. studenten te vertellen wie ze zijn. Vaak koppel ik daar een oefeningetje aan vast. Mensen beginnen met het noemen van hun naam en beroep. Daarna vraag ik: ‘En wie ben je nog meer?’ Mensen moeten dan even nadenken en zeggen bijvoorbeeld: ‘Ik ben de moeder van drie kinderen, ik ben Rotterdammer, ik ben de partner van Kees,’ enzovoort. Dan stel ik opnieuw de vraag: ‘En wie ben je nog meer?’ In het daaropvolgende antwoord komen er meer persoonlijke eigenschappen aan het licht: ‘Ik ben extravert, gevoelig, sociaal, een beetje onzeker, hulpvaardig,’ enzovoort. Vervolgens stel ik opnieuw dezelfde vraag: ‘En wie ben je nog meer? Na wat gegrinnik komen er vaak filosofische antwoorden, zoals: ‘ik ben ik’, ‘ik ben licht’, ‘ik ben een goddelijke vonk’, ‘ik ben liefde’ enzovoort.

Bijna-doodervaringen

Uit duizenden geregistreerde bijna-doodervaringen (BDE’s) – die zich grotendeels voordoen tijdens operaties en ernstige ongevallen – blijkt dat patiënten met een BDE die klinisch dood waren, ook dingen konden waarnemen zonder gebruik te maken van hun zintuigen en hun hersenen. Deze patiënten ervoeren dat ze hun lichaam verlieten en erboven zweefden. Ze konden zich bijvoorbeeld herinneren wat er allemaal gebeurde in de operatiekamer. En dat terwijl hun ogen dicht waren en al hun hersenfuncties waren uitgeschakeld. Ze konden dus zien zonder ogen, horen zonder oren en denken zonder hersenen. De mens lijkt aldus bewustzijn te bezitten – met de daarbij behorende waarnemingen, gedachten, gevoelens en verlangens – dat onafhankelijk is van het fysieke lichaam en de hersenen. Bewustzijn is waarschijnlijk dus geen product van de hersenen. BDE’s zijn niet het gevolg van hallucinaties, veroorzaakt door chemische stoffen in de hersenen, zoals veel artsen denken. Veel mensen met een BDE kunnen namelijk exact beschrijven wat er gebeurde tijdens hun klinische dood, ondanks het feit dat ze in coma waren. Velen konden hun operatie precies beschrijven: welke doctoren en verpleegkundigen erbij waren, wat het verloop van hun hartslag was op de EEG en zelfs welke mensen er in de wachtkamer zaten. De bijna-doodervaringen lijken dus het bestaan van een ziel te bevestigen.

De ziel

Het waarnemende ik, dat mensen tijdens een BDE ervaren, wordt in de meeste spirituele tradities de ziel genoemd. Het lichaam en de hersenen kunnen alleen functioneren als er een ziel in zit. De ziel bestuurt het lichaam en voorziet het van levenskracht. De klassieke Vedanta filosofen van India beschouwen de ziel (de atma) als de essentie van ons wezen. Plato en Socrates zagen de ziel als de essentie van de mens en als datgene wat besluit om te bewegen. Volgens de Vedanta filosofie heeft de ziel een spirituele aard, die ontstegen is aan de materiële aard van het lichaam.

De ziel is de bron van bewustzijn

Volgens de Vedanta, is  de ziel de uiteindelijke waarnemer van alles. De grote Vedanta filosoof Ramanuja (1017 – 1137) legt het als volgt uit. De ziel doorstraalt het hele fysieke lichaam met bewustzijn, zoals het vuur van een openhaard de hele kamer doorstraalt met licht en warmte. Het bewustzijn is net zo spiritueel als de ziel en is daarom fijner of subtieler dan de meest subtiele materie. Daarom doorstraalt de ziel alles met haar bewustzijn. Het bewustzijn van de ziel kan volgens Ramanuja expanderen en inkrimpen, net als dat het licht van een openhaard meer of min der licht en warmte geeft afhankelijk van de grootte van het vuur. In moderne bewoordingen geeft een lamp meer of minder licht als we deze aansluiten op een dimmer. Wanneer we de dimmer open- of dichtdraaien, geeft de lamp meer of minder licht. Zo is het bewustzijn ‘dichtgedraaid’ tijdens diepe slaap of als je dronken bent. Het bewustzijn kan worden ‘opengedraaid’ tijdens meditatie, inspirerende gesprekken, het lezen van een spiritueel boek of een wandeling in de natuur. De zintuigen en hersenen zijn slechts fysieke instrumenten. Het is de ziel die uiteindelijk de beelden, geluiden en gevoelens waarneemt die tot ons komen via de zintuigen. En het is de ziel die de gedachten en emoties ervaart die via de hersenen worden gegenereerd.

De ziel is de levenskracht

De ziel geeft ons levenskracht. Het fysieke lichaam kan alleen leven en groeien dankzij de ziel. De ziel gebruikt het lichaam als een fysiek voertuig in de materiële natuur. Zodra dit voertuig dood is, verlaat de ziel het. Dieren en planten hebben ook een ziel want ook zij bezitten levenskracht die hun lichaam in stand houdt. De Vedanta stelt dat de ziel (= atma) de levensadem (prana) geeft, waardoor het lichaam kan leven. De filosoof Thomas van Aquino (1225 – 1274) onderscheidde drie soorten levende wezens met een ziel. Ten eerste zijn er de planten, waarbij de ziel alleen zorgt voor voeding en groei. Ten tweede zijn er de dieren, waarbij de ziel er ook sensaties aan toevoegt en ten derde zijn er de mensen, bij wie ook het intellect erbij komt.

De ziel is een schepper

Waarneming duidt op bewustzijn en dat duidt weer op het maken van keuzes. Daarom moet de ziel een wil hebben. De wil maakt de ziel creatief. Mensen willen daarom voortdurend dingen scheppen: producten, diensten of kunst. Het aantal creaties in de geschiedenis is onvoorstelbaar groot. Omdat creativiteit zo’n wezenlijk onderdeel van de ziel is, wordt de mens heel gelukkig wanneer hij creatief bezig is.

De ziel is een genieter

De ziel heeft nog een andere zeer fundamentele eigenschap: die van genieter. We kunnen onderscheid maken tussen lage en hoge vormen van genot. De mens evolueert van lage vormen naar steeds hogere vormen van genot. We zien dat kinderen vrijwel allemaal door dezelfde stadia van genot heengaan, die ze uitgebreid doorleven en onderzoeken. Volwassenen doen dat ook.

De meeste mensen gaan hun hele leven door met het proeven van een eindeloze hoeveelheid materiële genoegens. ‘Het leven is als een doos met chocolaatjes,’ zegt Tom Hanks in de film Forest Gump.

Het leven lijkt ook op een kermis. Je gaat eerst in de draaimolen, daarna in de achtbaan, daarna in het reuzenrad en daarna in het spookhuis. Vervolgens ga je naar de schiettent en het gokhuis en tussendoor eet je frietjes, ijsjes en suikerspinnen, totdat je er genoeg van hebt, misselijk wordt of je geld op is.

Zoals kinderen na enige tijd genoeg krijgen van een bepaald soort genot (een spel, de kermis of speelgoed) en daarna weer andere soorten genot zoeken, zo krijgen volwassenen ook genoeg van de verschillende soorten van genot. Ze zoeken daarom steeds weer wat anders. Materiële genoegens zijn volgens de Vedanta een illusie, omdat ze allemaal na verloop van tijd gaan vervelen. Het is echter niet de bedoeling dat we alle materiële genoegens dan maar moeten onderdrukken. Dat leidt alleen maar tot frustratie, vooral als we dat bij seksueel genot proberen. Het is beter dat we al onze materiële verlangens doorleven totdat we verzadigd raken, zoals we verzadigd raken na een smakelijke maaltijd.

Veel spirituele tradities maken onderscheid tussen materieel en spiritueel genot. Materieel genot is beperkt en vergankelijk; spiritueel genot is volgens de Vedanta onbeperkt en groeit voortdurend.

De ziel is een sociale genieter

Er bestaan verschillende gradaties van genot in deze wereld. Het genot van levenloze objecten is het laagst. Daarboven komt het genot van planten en dieren omdat die leven. Levende energie geeft altijd meer genot dan materie. Het genot van menselijke omgang is hoger dan dat van dieren en planten. We zien dat mensen altijd andere mensen opzoeken, anders worden ze eenzaam. Een hond of kat geeft een mens onvoldoende sociale voeding om de eenzaamheid buiten de deur te houden.

De filosoof Epicurus (341-270 v. Chr.) meende dat een mens alleen gelukkig kan zijn als hij verwante zielen om zich heen verzamelt. Hij zei: ‘We bestaan pas als iemand ons ziet bestaan. Wat we zeggen krijgt pas betekenis als iemand het hoort. Als we vrienden om ons heen hebben wordt onze identiteit voortdurend bevestigd.’ 

Er zijn gradaties van genot in het sociale leven. Van bewuste mensen kun je meer genieten dan van onbewuste. Onbewuste mensen kunnen over het algemeen alleen met andere mensen omgaan door ze te domineren, de aandacht voor zich op te eisen, met ze te wedijveren, van ze te profiteren of ze te vernederen. Daardoor ontstaat er geen inspirerende interactie. Dit soort relaties zijn deprimerend en ongezond. Je de omgang van dat soort mensen dus beter vermijden. 

De reden dat de omgang met bewuste zielen zo aangenaam is, is dat zij een hoog inlevingsvermogen hebben, gelijkwaardig met andere mensen omgaan, samen willen werken in plaats van wedijveren en win-win relaties nastreven. Bewuste mensen hebben bovendien minder psychische belemmeringen, zoals onzekerheid, angst en depressiviteit. Daardoor zijn ze gelukkig, inspirerend in de omgang en in staat duurzame vriendschappen op te bouwen.

De ziel is als een diamant

De ziel is te vergelijken met een diamant wiens unieke karakter tijdens de reis door het leven voortdurend wordt geslepen. De ziel is in principe goed, maar in het begin van zijn levensreis is hij nog ruw en grof, net als een ongeslepen diamant. Dit zijn de scherpe kanten van zijn karakter. Langzaam worden deze scherpe kanten er door alle ervaringen van het leven afgeslepen. De ziel wordt daardoor steeds mooier en zuiverder. Maar het slijpen van de diamant doet soms pijn. Als er veel scherpe kanten aan zitten, moet er lang en stevig worden geslepen. Alle gebeurtenissen in het leven staan in dienst van dit slijpproces, zowel de aangename als de onaangename. Andere diamanten spelen daarin een cruciale rol, want in de omgang met andere zielen wordt het slijpproces enorm bevorderd. Soms springen de vonken er vanaf! Hoe meer facetten de diamant krijgt, hoe meer kleuren er ontstaan als het licht er doorheen schijnt. Daardoor wordt de diamant van de ziel steeds mooier en rijker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *