Is het bestaan van God te bewijzen?

met rationele argumenten?
In de geschiedenis hebben veel filosofen en theologen het bestaan van God proberen te bewijzen met rationele argumenten. Hier volgen de bekendste.
Inhoud
    Add a header to begin generating the table of contents

    Het kosmologische bewijs

    Het kosmologische bewijs gaat er van uit dat God de ‘eerste onbewogen beweger’ is die alles in de kosmos in beweging zet. Omdat alles in de natuur ergens door bewogen en veroorzaakt wordt, moet er dus een allereerste beweger en oorzaak zijn, en dat is God. Dit argument is bedacht door de Griekse filosoof Aristoteles (384 – 324 v. Chr.) en de christelijke filosoof Thomas van Aquino (1225 – 1274 na Chr). 

    Atheïsten betwisten dit bewijs. Zij stellen dat er helemaal geen allereerste beweger of begin van de wereld hoeft te zijn. Wellicht is er een eeuwige herhaling van ontstaan en vernietiging van het universum. Veel wetenschappers en filosofen geloven dat het universum uit een ‘big-bang’ is ontstaan. Daarna blijft het een tijd bestaan en uiteindelijk wordt het weer vernietigd tijdens de ‘big-crunch’. Vervolgens ontstaat er opnieuw een big-bang enz. 

    De hindoes geloven ook in een dergelijke theorie. Zij stellen echter dat de eeuwige herhaling van schepping en vernietiging geleid wordt door God of Vishnu. De hindoes geloven dus niet dat God de wereld uit het niets heeft geschapen, zoals de meeste abrahamistische religies geloven. Ze geloven dat de wereld voortkomt uit Vishnu, zoals het zonlicht uit de zon voortkomt. De wereld is louter energie en Vishnu is de energiebron. Tevens geloven de hindoes, net als veel moderne wetenschappers, dat er ontelbaar veel universa bestaan.

    Het bewijs van ontwerp en de evolutietheorie

    Het  bewijs van ontwerp gaat er van uit dat God de grote ontwerper van het universum is. De wereld zit namelijk oneindig complex en geordend in elkaar. Bovendien heeft alles in de wereld een doel waardoor er een soort mastermind moet zijn die alles naar dat doel beweegt. Die mastermind is God. Ook dit argument wordt beschreven door Thomas van Aquino, maar is waarschijnlijk al veel ouder. 

    Atheïsten verwerpen dit bewijs door te stellen dat de wereld volledig door evolutie kan zijn ontstaan. Charles Darwin probeerde dit in de 19e eeuw aan te tonen. Voor dit evolutionaire proces is er volgens atheïsten geen ontwerpende God nodig.

    Darwin ging er van uit dat de planten, dieren en mensen via natuurlijke selectie zijn geëvolueerd tot wat ze nu zijn. Dat ging via ontelbare kleine mutaties van tussenliggende soorten die inmiddels zijn uitgestorven. Alleen de sterkste soorten konden overleven. In Darwin’s tijd zijn er echter maar heel weinig fossielen gevonden van die veronderstelde tussensoorten. Dat frustreerde hem erg. Darwin hoopte dat er na zijn dood door paleontologen ontelbare fossielen zouden worden gevonden om deze ‘missing links’ van de uitgestorven soorten aan te tonen. Helaas zijn er tot nu toe nog steeds veel te weinig van dat soort fossielen gevonden. Daardoor kan de evolutieleer niet beschouwd worden als een volwaardige wetenschappelijke theorie.

    Paleontologen hebben het ontbreken van deze fossielen tot voor kort geheim gehouden, maar momenteel wordt dit geheim steeds meer onthuld. Er zijn vooraanstaande paleontologen, zoals David Raup en Niles Eldredge, die erkennen dat het fossielprobleem nog steeds even groot is als in de tijd van Darwin. Nieuwe levensvormen hebben de neiging om volledig gevormd te verschijnen als fossielen in de rotsen. Er worden vrijwel geen fossielen gevonden van tussenvormen. In de 600 miljoen jaar oude cambrium-laag vinden we vrijwel alle diersoorten in fossielvorm. Die zitten daar zelfs in een gevorderde staat van evolutie. Het is alsof ze daar gewoon ingeplant zijn zonder voorafgaande evolutie.

    Het lijkt er dus op dat de evolutie zich in sprongen voltrekt. Orthodoxe christenen zien het probleem van de missing links als een bewijs dat de evolutieleer niet klopt. Volgens hen moet het Bijbelse scheppingsverhaal daarom de waarheid zijn. Het Bijbelse idee dat de aarde 10.000 jaar geleden zou zijn geschapen, is echter al lang niet meer houdbaar. Dat blijkt uit de fossielen in de cambrium laag, die immers al 600 miljoen jaar oud zijn!

    Het is opmerkelijk om te zien dat er tegenwoordig steeds meer mensen zijn die het geloof in God combineren met de evolutieleer. Vrijdenkende theïsten aanvaarden tegenwoordig de evolutietheorie, maar geloven dat de evolutie door een hogere macht (God of het ‘intelligent design’ van de natuur) geleid wordt. Deze goddelijke leiding vult de ontbrekende schakels of missing links op. In hun ogen schept God steeds weer nieuwe soorten waardoor er geen kleine tussenstapjes nodig zijn van mutaties en natuurlijke selectie. Er bestaat volgens hen dus geen conflict tussen de evolutietheorie en het bestaan van God. Ze vullen elkaar juist aan. 

    Dit proces kunnen we vergelijken met de evolutie van de auto. In de 19e eeuw ontstonden de eerste auto’s die nog heel eenvoudig en ‘primitief’ waren. Geleidelijk hebben ingenieurs steeds geavanceerdere auto’s ontwikkeld. Deze evolutie van de auto gaat niet vanzelf, maar wordt gestuurd door duizenden techneuten en ontwerpers. Op dezelfde manier wordt de evolutie geleid door de creatieve kracht van God. 

    Het idee van de geleide evolutie wordt steeds populairder onder spiritueel georiënteerde  wetenschappers. Spiritualiteit en wetenschap komen op dit punt bij elkaar. Vrijdenkende christenen, moslims, joden en hindoes staan steeds meer open voor dit idee. Al deze vrije denkers behoren tot de groep van ‘theïstische evolutionisten’.

    Het bewijs van wonderen

    Sommige theïsten zien wonderen als het bewijs dat er een God bestaat, maar atheïsten verwerpen ook dat argument. Atheïsten stellen dat men vroeger allerlei natuurlijke fenomenen als wonderen zag, maar dat al deze wonderen tegenwoordig op een rationele wetenschappelijke manier verklaard kunnen worden. Theïsten zien de schepping in feite als het grootste wonder. Dat wonder is op zichzelf al een godsbewijs. 

    Het bewijs van religieuze ervaringen

    De bovengenoemde ‘godsbewijzen’ zijn ‘gezond-verstand-bewijzen’, die voor de meeste theïsten overtuigend genoeg zijn om in God te geloven. De belangrijkste bewijzen voor overtuigde theïsten zijn echter de religieuze ervaringen in hun dagelijks leven. Ze kunnen allerlei bijzondere gebeurtenissen in hun leven noemen die hen overtuigd hebben van het bestaan van God. Daardoor heeft zich een diep weten gevormd dat God bestaat. Deze spirituele ervaringen maken voor hen alle rationele argumenten overbodig. 

    Atheïsten verwerpen dit bewijs omdat ze het te subjectief vinden, want zij ervaren God niet. Theïsten brengen daar tegenin dat het ‘niet ervaren van God’ ook subjectief is.

    Geen enkel ‘bewijs’ is waterdicht

    Er zijn nog andere godsbewijzen maar die zijn nogal abstract. De bovengenoemde bewijzen worden het meest gebruikt. Geen enkel godsbewijs is echter volledig waterdicht. De argumenten van atheïsten tégen het bestaan van God zijn echter ook niet waterdicht. We kunnen dus niet bewijzen dat God bestaat noch dat hij niet bestaat. Het blijft uiteindelijk een kwestie van geloof. 

    Het bewijs van het leed

    Het grootste argument van atheïsten tégen het bestaan van God is het argument van het leed. God is volgens de meeste religies alwetend, algoed en almachtig. Waarom is er dan toch zoveel ellende in de wereld? We gaan dit probleem in het volgende artikel grondig uitdiepen.