Waarom is er ellende?

En hoe valt dat te rijmen met een algoede en almachtige God?

De aarde wordt altijd geteisterd door rampen zoals aardbevingen, epidemieën, tsunami’s, vulkaanuitbarstingen, bosbranden en andere verschrikkingen. De vraag of het leed in de wereld zin heeft, is een van de diepste filosofische en theologische vraagstukken uit de geschiedenis.

Inhoud
    Add a header to begin generating the table of contents

    Kritiek vanuit atheïsme

    Gelovigen uit allerlei religieuze achtergronden krijgen al duizenden jaren hoofdpijn van dit probleem. Waarom is er zoveel leed in de wereld als God almachtig en algoed is? Waarom neemt hij het lijden niet weg? Of zou hij niet almachtig zijn? Maar dan kan hij niet God zijn? Of is God wel almachtig, maar is hij niet algoed en houdt hij ervan om de mensheid regelmatig een portie ellende te bezorgen? Atheïstische filosofen hebben hieruit geconcludeerd dat er geen God kan zijn. Zij doen dat met de volgende redenering: 

    1. Volgens de meeste religies is God alwetend, algoed en almachtig, anders kan hij niet God zijn. 
    2. Als God alwetend is, dan weet hij dat er overal ellende in de wereld is.
    3. Als God algoed is, dan wil hij die ellende elimineren.
    4. Als God almachtig is, dan kan hij die ook elimineren.
    5. Toch is er ellende.

    Er zijn nu de volgende mogelijkheden:

    1. God weet niet dat er ellende is, maar als dat zo is, is hij niet alwetend.
    2. God wil de ellende niet elimineren, maar in dat geval is hij niet algoed.
    3. God kan de ellende niet elimineren, maar dan is hij niet almachtig.

    Conclusie: er is geen God.

    Argument vanuit de abrahamistische religies

    De abrahamistische religies (zoals christendom, jodendom en islam) proberen dit probleem te verklaren via het verhaal van de zondeval. Adam en Eva, de eerste twee mensen, woonden duizenden jaren geleden gelukkig in het paradijs. Op een dag werd Eva verleid door een slang om een appel te eten van de boom van goed en kwaad. Om de een of andere reden had God hen verboden deze vrucht eten. 

    Vervolgens haalde Eva ook Adam over zo’n appel te eten. Daardoor werd God heel boos. Hij heeft ze voor straf het eeuwige leven afgenomen en uit het paradijs gestuurd. Alle nakomelingen van Adam en Eva – de hele mensheid dus – moeten daarom tot op de dag van vandaag nog steeds lijden. 

    Dit verhaal wordt door steeds meer moderne abrahamisten niet meer letterlijk genomen. Ze zien het als een mythologische metafoor voor de vrijheid van de ziel. De keus van Adam en Eva om de verboden appel te eten, staat symbool voor de keus van de ziel om zich niet met God te verbinden. God heeft alle zielen de vrijheid gegeven om zich wel of niet met hem te verbinden. Als die vrijheid er niet zou zijn, dan had de ziel geen vrije wil. En zonder vrije wil kan er geen liefde voor God zijn. God kan de ziel niet dwingen hem lief te hebben. 

    Maar waarom zou God de mensen en dieren zoveel ellende bezorgen voor het feit dat ze zich niet met hem willen verbinden? Hij wordt toch als een goede vader afgeschilderd? Die blijft toch altijd liefdevol naar zijn kinderen, ook al wenden ze zich van hem af? Zo’n vader zou zich eigenlijk moeten afvragen waarom zijn kinderen zich van hem afwenden. 

    Waarom heeft God de wereld zodanig georganiseerd dat onschuldige mensen en dieren de dupe zijn van natuurrampen en epidemieën? Het is niet verwonderlijk dat veel artsen daarom atheïst zijn. 

    En waarom laat God het toe dat er zoveel oorlogen zijn? Na de Tweede Wereldoorlog zijn enorm veel mensen atheïst geworden omdat ze zich niet konden voorstellen dat een liefdevolle God zulke ellende heeft kunnen toestaan, vooral de verschrikkingen van de holocaust. Waarom heeft God de Nazi’s jarenlang hun gang laten gaan?Het probleem van het lijden proberen de meeste abrahamisten te verklaren met het idee van de duivel. God laat de mensen niet lijden. Daar is de duivel voor verantwoordelijk. Maar als God almachtig is, waarom kan hij de duivel dan niet tot de orde roepen? Als hij dat niet kan, dan is hij niet almachtig. 

    Een ander groot probleem is de ongelijkheid van levensomstandigheden waarin baby’s worden geboren. Waarom worden sommige baby’s in een armoedig gezin geboren en anderen in een rijk gezin. Waarom worden sommige kinderen door hun ouders mishandeld en anderen vol liefde grootgebracht? Waarom worden sommige baby’s gezond geboren en anderen invalide? 

    Waarom schept God zulke ongelijkheden als hij algoed is? Veel abrahamisten kunnen die vragen niet beantwoorden en stellen daarom maar voor het gemak dat ‘Gods wegen ondoorgrondelijk zijn’. 

    Verklaring vanuit het deïsme

    Het Deïsme verklaart het probleem van het leed op een hele eenvoudige wijze. God heeft lang geleden de wereld geschapen, maar kijkt er niet meer naar om. Daardoor gaat er veel fout en is er veel leed. Vanuit deze visie is God dus niet algoed, want anders zou hij wel ingrijpen als de ellende uit de hand loopt. 

    Verklaringen vanuit de dharmische religies: karma

    De dharmische religies (zoals de hindoes, jains, sikhs en boeddhisten) leggen de verantwoordelijkheid van het lijden bij de mens via het concept van karma, de wet van oorzaak en gevolg. Deze wet houdt in dat als we goed zijn voor de medemens en de natuur, we daar een positieve reactie op krijgen in de vorm van voorspoed en geluk. Als we echter andere mensen leed berokkenen en slecht zijn voor de natuur, krijgen we tegenslag en ellende. Het leed dat we ervaren komt dus voort uit onze slechte daden in het verleden. 

    Maar dat verklaart nog niet de ongelijkheid waarin baby’s worden geboren. hindoes en boeddhisten leggen die ongelijkheid in verband met vorige levens. Als een baby gehandicapt geboren wordt of in een armoedig of gewelddadig gezin moet opgroeien, dan is die ellende het gevolg van wandaden in een vorig leven. God is daar niet verantwoordelijk voor. Karma en reïncarnatie legt de verantwoordelijkheid bij mens en niet bij God.  

    Er is veel kritiek op deze visie. Als we niet weten welke slechte handelingen we in een vorig leven hebben verricht, wat voor zin heeft het lijden dan? We weten immers niet waarvoor we gestraft worden. De hele bedoeling van straf is toch dat we geconfronteerd worden met onze slechte daden, zodat we die niet weer opnieuw begaan? En waarom moeten dieren, baby’s en kleine kinderen lijden? Wat begrijpen die nou van karma en reïncarnatie?  

    Veel hindoes reageren daar weer op door te stellen dat leed een louterende werking heeft op ons karakter, zelfs als we niet weten wat de oorzaak daarvan is. De wet van karma moet niet opgevat worden als alleen maar een proces van beloning en straf. Karma is een leerproces dat ervoor bedoeld is een beter mens te worden. 

    Omdat God almachtig is, bestuurt hij volgens de hindoes alles, dus ook de wet van karma. En omdat hij alwetend is, weet hij precies wat iemand doet en welke motivatie daarachter zit. Hij weet daarom welke karmische reacties bevorderend zijn voor de groei van een individu. God is ook algoed en volledig onpartijdig. Hij geeft ieder mens een rechtvaardige reactie op zijn handelen. 

    Volgens veel hindoes is leed er tevens voor bedoeld om de ziel te louteren. Het doel daarvan is om gekwalificeerd te raken voor Vaikuntha, waar alleen zuivere zielen leven. Vaikuntha betekent ‘het oord zonder angst’ en is de hemel van de hindoes. Om daar te kunnen leven, moet de ziel volledig zuiver en vrij van angst zijn. Er zijn voor de meeste zielen meerdere levens nodig om deze staat van zuiverheid te bereiken. 

    De materiële wereld is niet ons einddoel

    Het lijden is volgens de hindoes niet alleen een gevolg van karma of onverwerkte trauma’s. De pijn en ongemakken van het leven zijn er tevens voor bedoeld om de mens er voortdurend aan te herinneren dat de materiële wereld niet zijn einddoel is. Want de mens hoort volgens de hindoes uiteindelijk niet thuis op aarde. Dit thuisgevoel is een illusie (maya). De dood neemt vroeg of laat voor iedereen het thuisgevoel weg. Er is volgens de dharmische religies een veel mooiere wereld: het Nirvana of Vaikuntha. Daar hoort de mens wél thuis en daar is geen dood en ellende. Die wereld is vergelijkbaar met wat de meeste andere religies beschrijven als de hemel of het paradijs. 

    Vergevingsgezindheid 

    De hindoeïstische gedaante van God, Krishna, belooft in de Bhagavad-gita (18.66) dat wie zijn toevlucht zoekt bij hem, verlost raakt van al zijn slechte karma. Zij hoeven niet meer te lijden en gaan na de dood naar de hoogste bestemming (Vaikuntha).